Ik ontwaakte van het geluid van een typemachine.
Dat is vreemd, want ik bezit geen typemachine. Ik ben een laptopmens. Modern, kapot, blauwlichtverslaafd.
In de keuken zat ze.
Ze droeg mijn hemd. Alleen dat. Alsof ze uit een filmscène was gevallen waarin de seks goed moet lijken, maar uiteindelijk natte gymnastiek blijkt.
Ze typte op een Olivetti Lettera 32. Groene lak, zwarte toetsen, wit papier. Alsof het 1973 was.
'Wat doe je?' vroeg ik.
Ze tikte nog een letter. Daarna keek ze op. 'Die vraag komt laat vandaag. Je stelt ze elke versie. Soms met koffie. Soms zonder tong.'
'Welke versie?,' vroeg ik.
Ze lachte. Zoals iemand lacht wanneer je zegt dat je porno kijkt voor het verhaal.
Ik voelde mijn maag draaien. Niet door angst. Door die bekende absurditeit waarin de logica van dromen heerst: alles klopt, tot je het probeert te begrijpen. Dromen waarin ik niet leefde, alleen werd beschreven.
'Ik schrijf jou elke dag. Je sokken, je sarcasme, je heimwee naar vrouwen die jou allang vergeten zijn.'
Ik ging zitten. Mijn stoel kraakte. Alles in mij wilde het tegendeel beweren. Ik kon het niet.
'Hoe lang al?'
'Vanaf het moment dat je begon te denken dat dat ding daar,' ze wees naar mijn kruis, 'voor iets meer dient dan urineren. Vanaf dan begon ik het herschrijven.'
'Waarom?' Ik wees naar mijn horloge. Het liep achteruit. Of ik keek er verkeerd naar. 'Waarom ben je hier nu?'
'Je schrijversbrein is een kringloopwinkel. Alles stinkt naar herhaling. Zelfs je plotwendingen hebben déjà vu,' zei ze. 'Je schrijft vrouwen alsof ze sigaretten zijn. Dun, verslavend en al half opgebrand als je ze ontmoet. Je metaforen ruiken naar vieze sokken. Tijd om het script om te gooien.'
Ze stond op. Liet het hemd op de grond vallen. Niets eronder. Alsof ze naakt geboren was uit mijn laatste zin. Bergen waar ik als kind van droomde. Geplant op een zandloperlichaam waar tijd geen vat op had.
'Vanaf vandaag,' fluisterde ze, 'ben ik het hoofdpersonage. En jij… jij bent slechts een bijproductje. Met pech.'
Toen verdween ze in de muurkast.
Die ik nooit open kreeg.
Omdat ze die dicht geschreven had.
Op een Olivetti Lettera 32.