'Ja?'
'Je neemt op. Eindelijk.'
'Ja, eh... Waarom bel je? Ik dacht dat we klaar waren.'
'Ik dacht aan Beer. Zijn vacht, zwart als uitgebrande herinneringen.'
'Niet doen. Niet nu.'
'Slijpt hij zijn nagels nog steeds aan de deurpost? Dat hypnotiserende gekras alsof hij de dagen telt.'
'Hij heeft iets nieuws gevonden.'
'Slaapt hij nog opgerold, als een geheim tegen je aangedrukt, zijn adem in je nek?'
'Waarom doe je dit?'
'Snort hij nog zo diep, alsof hij probeert het verdriet weg te trillen?'
'Als hij tevreden is, ja.'
'Loopt hij nog naar het raam als het donker wordt?'
'... Hij heeft geen honger.'
'Dat was mijn vraag niet. De blauwe kom, die hij altijd naar zich toe trok..'
'Weggegooid. Ze vond hem te kitscherig.'
'Ze?'
'Zijn nieuwe baasje. Ze komt zo thuis.'
'Beer sliep alleen bij jou...'
'Hij past zich sneller aan dan je denkt. Ik moet gaan.'
'Wacht. Hang nog niet...'
'Oh ja, trouwens... Beer heet nu Wolf.'
'... Wolf? Dat kan je niet maken.'
'Ze zei dat hij nooit echt een Beer was geweest.'
'Je kunt toch niet zomaar...'
'Sorry, Wolf heeft me nodig. Meer dan jij.'
'Maar...'
'Dit was de laatste keer.'
Klik.